Mod GRF 1-29 en CJC-1295 zonder DAC zijn twee namen voor exact hetzelfde molecuul. Zoek je op “mod grf 1-29 kopen” en vind je alleen vials met CJC-1295 op het label, dan zit je goed. De ene naam komt uit de wetenschappelijke literatuur, de andere uit de handel. Het enige echte onderscheid dat je moet kennen is dat tussen de variant zonder en met DAC, want daar verandert de chemie wél.
Van GHRH naar GRF(1-29)
Groeihormoon-releasing-hormoon staat in oudere literatuur beschreven als growth hormone releasing factor, afgekort GRF. Hormoon en factor duiden hier op hetzelfde natuurlijke peptide; de terminologie liep in de jaren tachtig gewoon door elkaar. Het natuurlijke molecuul is 44 aminozuren lang.
Onderzoekers stelden vast dat het herkenningsdeel voor de receptor in het eerste stuk van die keten zit. Daaruit ontstond het fragment GRF(1-29): de eerste 29 aminozuren, los gesynthetiseerd. Die notatie met haakjes betekent letterlijk “residu 1 tot en met 29”. Dat fragment kreeg later zijn eigen naam, sermorelin, in de literatuur beschreven als GRF(1-29)-NH2: dezelfde 29 residuen met een C-terminaal amide, zonder verdere aminozuursubstituties. Vandaar dat je in publicaties drie aanduidingen voor nauw verwante moleculen tegenkomt.
Wat “mod” eraan toevoegt
Het kale fragment is enzymatisch kwetsbaar. In de literatuur wordt beschreven dat dipeptidylpeptidase-4 het aan de N-terminus splitst. Dat enzym zit in plasma en serum, dus die afbraak speelt in biologische matrices, niet in een vial met bacteriostatisch water.
De oplossing was gerichte vervanging van vier aminozuren, en precies daarvoor staat de afkorting “mod”: modified GRF(1-29), gemodificeerd fragment 1-29. De belangrijkste ingreep is D-alanine op positie 2. Door dat spiegelbeeldige aminozuur past de N-terminus niet meer in de bindingsplaats van het enzym. De drie verdere substituties zitten dieper in de keten; samen vormen ze de vier wijzigingen waar het woord tetrasubstitueerd naar verwijst.
De winkelomschrijving noemt de verbinding een tetrasubstitueerd 29-aminozuur-fragment met een C-terminaal amide. Dat amide deelt het met sermorelin; de vier substituties zijn wat de twee uit elkaar houdt. Juist die combinatie maakt het molecuul tot een veelgebruikt model in de peptide-engineering: het toont hoe beperkte wijzigingen in een natuurlijke sequentie de gevoeligheid voor enzymatische afbraak veranderen zonder de receptorherkenning te verstoren. In onderzoeksmodellen bindt het aan de GHRH-receptor, een klasse-B G-eiwit-gekoppelde receptor, waarna via Gs-koppeling adenylylcyclase wordt geactiveerd en het intracellulaire cAMP stijgt. Dat laatste is in vitro goed te volgen met cAMP-assays.
Waarom er dan CJC-1295 op de vial staat
CJC-1295 is oorspronkelijk een ontwikkelcode, geen chemische naam. Die code hoorde bij een variant waarin hetzelfde gemodificeerde fragment een extra chemische groep meekreeg: het Drug Affinity Complex. Die maleimidopropionyl-groep vormt in oplossing een covalente binding met een vrije thiolgroep op circulerend albumine. Het peptide zit dan vast aan een groot dragereiwit, wordt minder snel door proteasen afgebroken en langzamer geklaard.
In de handel raakte de code losgekoppeld van die specifieke bouwsteen. Het kale gemodificeerde fragment werd verkocht als “CJC-1295 zonder DAC”, en zo kreeg één molecuul twee etiketten. Zonder DAC gaat het molecuul in modelsystemen geen covalente binding met albumine aan, waardoor het kinetische profiel in vitro verschilt van de DAC-variant.
| Naam | Wat het chemisch is |
|---|---|
| GRF(1-29) / sermorelin | De eerste 29 aminozuren met C-terminaal amide, zonder substituties |
| Mod GRF 1-29 | Datzelfde fragment met vier aminozuursubstituties |
| CJC-1295 zonder DAC | Handelsnaam voor Mod GRF 1-29, identiek molecuul |
| CJC-1295 met DAC | Mod GRF 1-29 plus albuminebindende groep |
Wat je onder welke naam koopt
Wie op Mod GRF 1-29 zoekt, komt in de winkel uit bij CJC-1295 zonder DAC, aangeboden als gevriesdroogd poeder van 10 mg per vial voor € 69,95. De omschrijving noemt Mod GRF 1-29 expliciet als synoniem, zodat er over het molecuul geen twijfel bestaat. Wil je juist de albuminebindende variant, dan is dat CJC-1295 met DAC. De twee verschillen in bouw en dus in wat er in een kinetisch experiment gebeurt.
Belangrijk kader bij alles hierboven: de artikelen in de winkel zijn bedoeld voor onderzoeks- en educatieve doeleinden. Het gaat niet om geregistreerde geneesmiddelen, ze zijn niet voor consumptie en niet voor gebruik bij mensen of dieren.
Verder lezen
Wil je de varianten naast elkaar zien met sequentie, vorm en prijs, dan staat dat bij elkaar in de koopgids voor CJC-1295. Hoe GHRH-analogen zich verhouden tot de ghrelinereceptor-agonisten uit de GHRP-klasse, waaronder Ipamorelin, lees je terug in het overzicht HGH-peptiden: GHRH en GHRP uitgelegd. Voor opslag van gevriesdroogd poeder en van materiaal in oplossing is er een aparte uitleg over peptiden bewaren en houdbaarheid.

