

Wie “NAD+” opzoekt, komt terecht bij infusen, supplementen, crèmes en injecties door elkaar. Deze pagina zet eerst vast wat het molecuul chemisch is, daarna hoe het zich verhoudt tot NMN en nicotinamide riboside, en tot slot in welke vormen wij het als onderzoeksmateriaal leveren. Alles op deze pagina is bedoeld voor onderzoeks- en educatieve doeleinden. NAD+ is geen geregistreerd geneesmiddel en geen voedingssupplement. Wij doen geen uitspraken over uitkomsten en geven geen doseringsadvies.
Wat is NAD+?
NAD+ is de afkorting van nicotinamide-adenine-dinucleotide. Het molecuul heeft CAS-nummer 53-84-9, molecuulformule C21H27N7O14P2 en een massa van 663,43 Da. In PubChem staat het onder CID 5892. Chemisch is het een dinucleotide: twee ribonucleotiden die via hun 5′-fosfaatgroepen zijn verbonden door een pyrofosfaatbrug. Aan de ene kant zit een adenine-ribonucleotide, aan de andere kant een nicotinamide-ribonucleotide met een positief geladen pyridiniumring. Die twee fosfaatgroepen maken het molecuul bij neutrale pH sterk negatief geladen en goed wateroplosbaar.
NAD+ komt in alle levende cellen voor. Het is geen peptide en bevat dus geen aminozuursequentie. Dat onderscheid komt verder op deze pagina terug, omdat het praktische gevolgen heeft voor hoe je met de stof werkt.
Hoe de literatuur NAD+ aanduidt
In wetenschappelijke teksten en catalogi kom je dezelfde stof onder verschillende namen tegen. De gangbare aanduidingen zijn co-enzym I, difosfopyridinenucleotide (afgekort DPN), nadide, en bèta-NAD of β-NAD. De schrijfwijzen NAD+, NAD-plus en NAD verwijzen naar hetzelfde molecuul; de plus staat voor de positieve lading op de pyridiniumring in de geoxideerde vorm.
Functioneel wordt NAD+ in de literatuur op twee manieren beschreven. Als redoxcofactor draagt het waterstof over in enzymatische reacties. Als substraat wordt het verbruikt door enzymfamilies die de binding tussen nicotinamide en ADP-ribose splitsen: de sirtuïnes, de poly(ADP-ribose)polymerasen en CD38. Cantó, Menzies en Auwerx (Cell Metabolism, 2015) beschrijven die dubbelrol als de reden dat het molecuul op het snijvlak van energiehuishouding en gensignalering wordt onderzocht.
NAD+ en NADH: hetzelfde molecuul, twee toestanden
NAD+ is de geoxideerde vorm. Neemt de nicotinamidering op positie C4 een hydride-ion op, dan ontstaat NADH, de gereduceerde vorm. Dat heen en weer schakelen tussen NAD+ en NADH is de basis van een groot deel van de enzymassays in het lab. De reden is praktisch: alleen NADH absorbeert sterk bij 340 nm, waardoor de omzetting rechtstreeks met een spectrofotometer te volgen is. Zoek je op “NAD” zonder plus, dan gaat het vaak over dit koppel als geheel.
NAD+ tegenover NMN en nicotinamide riboside
NMN en NR duiken bijna altijd op naast NAD+, en het onderscheid is eenvoudig. NMN staat voor nicotinamide-mononucleotide en NR voor nicotinamide riboside. Beide zijn kleinere moleculen die in de biosynthese vóór NAD+ liggen: het zijn precursors. NR wordt door het enzym nicotinamide-riboside-kinase gefosforyleerd tot NMN, en NMN wordt door NMNAT gekoppeld aan ATP tot NAD+. In de andere richting knippen de NAD+-verbruikende enzymen nicotinamide af, dat via NAMPT weer richting NMN gaat. Die kringloop staat in de literatuur bekend als de salvage-route.
Yoshino, Baur en Imai (Cell Metabolism, 2018) geven een overzicht van het onderzoek naar NMN en NR als precursors. Trammell en collega’s (Nature Communications, 2016) rapporteerden dat nicotinamide riboside oraal beschikbaar is in muizen en in mensen. Bogan en Brenner (Annual Review of Nutrition, 2008) plaatsen de drie vitamine-B3-vormen naast elkaar: nicotinezuur, nicotinamide en nicotinamide riboside. Wij leveren NMN noch NR; dit staat er omdat het een veelgestelde vraag naast NAD+ is.
Waarom NAD+ zelf de cel niet zomaar binnenkomt
Dit onderdeel ontbreekt in veel online uitleg. Nikiforov, Dölle, Niere en Ziegler (Journal of Biological Chemistry, 2011) beschreven dat menselijke cellen intact NAD+ niet rechtstreeks via de plasmamembraan opnemen. Extracellulair NAD+ wordt eerst door ectoenzymen afgebroken tot kleinere bouwstenen, en die bouwstenen gaan naar binnen. Chini en collega’s (Cell Metabolism, 2021) bespreken dezelfde stap in hun overzicht van het NAD+-metabolisme, met CD38 als een van de betrokken ectoenzymen. Dat het molecuul groot, sterk geladen en hydrofiel is, past bij die bevinding.
Dit is de biochemische reden dat het onderzoeksveld zoveel aandacht besteedt aan precursors zoals NMN en NR, en dat Rajman, Chwalek en Sinclair (Cell Metabolism, 2018) hun overzicht van NAD-verhogende moleculen om die precursors heen opbouwen. Wij geven dit weer als literatuur. Wat het voor een individu zou betekenen, zeggen wij niet.
NAD+ is geen peptide: het verschil met MOTS-c en 5-Amino-1MQ
NAD+ wordt in webteksten vaak “NAD+ peptide” genoemd. Dat is onjuist. Een peptide is een keten van aminozuren; NAD+ heeft geen aminozuren. In ons assortiment staan drie stoffen naast elkaar die alle drie in onderzoek naar energiehuishouding langskomen, en ze horen tot drie verschillende stofklassen:
| Stof | Stofklasse | Massa | CAS |
|---|---|---|---|
| NAD+ | Dinucleotide co-enzym, geen peptide | 663,43 Da | 53-84-9 |
| MOTS-c | Peptide van zestien aminozuren, mitochondriaal gecodeerd | 2174,6 Da | 1627580-64-6 |
| 5-Amino-1MQ | Klein molecuul, quaternair quinoliniumzout, geen peptide | 286,11 Da (als jodidezout) | 42464-96-0 |
MOTS-c is het enige echte peptide van de drie. De sequentie is Met-Arg-Trp-Gln-Glu-Met-Gly-Tyr-Ile-Phe-Tyr-Pro-Arg-Lys-Leu-Arg, en het leesraam ligt in het 12S-rRNA-gen van het mitochondriaal DNA. Daarover staat meer in onze uitleg over MOTS-c. 5-Amino-1MQ is een synthetisch klein molecuul dat in de literatuur wordt beschreven als remmer van het enzym nicotinamide-N-methyltransferase, en dat grijpt aan op dezelfde nicotinamide-huishouding waarin NAD+ centraal staat.
Deze drie zitten ook samen in één vial in NAD+ met MOTS-c en 5-Amino-1MQ, in de vaste verhouding 100 mg NAD+, 10 mg MOTS-c en 10 mg 5-Amino-1MQ.
In welke vormen wij NAD+ leveren
| Vorm | Hoeveelheid NAD+ | Prijs | Per mg |
|---|---|---|---|
| NAD+ vial | 1000 mg | € 119,95 | € 0,12 |
| NAD+ bundel, 3 vials | 3000 mg | € 269,95 | € 0,09 |
| NAD+ Neusspray Kit | 1000 mg | € 129,95 | € 0,13 |
| NAD+ Pen | 500 mg | € 149,95 | € 0,30 |
| Blend met MOTS-c en 5-Amino-1MQ | 100 mg (van 120 mg totaal) | € 89,95 | – |
De bundel is per milligram het gunstigst, op € 0,09 tegen € 0,12 voor de losse vial. Bij de neusspray-kit zit het flesje in de prijs, dus die prijs per milligram vergelijkt niet één op één met een kale vial. Een overzicht met alle actuele prijzen staat op NAD+ kopen.
Reconstitueren: de rekenkunde met echte getallen
Elke vial bevat gevriesdroogd poeder. Hoeveel oplosmiddel je toevoegt bepaalt de concentratie, en de concentratie bepaalt wat één streepje op een insulinespuit voorstelt. Op een U-100-spuit staat 100 eenheden voor 1 ml, dus één streepje is 0,01 ml. Twee voorbeelden met de vial van 1000 mg:
- 1000 mg in 5 ml geeft 200 mg per ml. Eén streepje van 0,01 ml bevat dan 2 mg.
- 1000 mg in 10 ml geeft 100 mg per ml. Eén streepje bevat dan 1 mg.
Bij 3000 mg uit de bundel reken je per vial, niet over de bundel als geheel: iedere vial bevat 1000 mg en volgt dus dezelfde rekensom. Hoeveel oplosmiddel er praktisch in een vial past, hangt af van het volume van de vial zelf. Bij welke concentratie het lyofilisaat volledig oplost, hangt af van het oplosmiddel en van je protocol.
Reken dit niet uit je hoofd. Onze peptide calculator geeft de concentratie en de hoeveelheid per streepje per vial. Hoe je een streepje afleest, staat in onze uitleg over de insulinespuit. Voeg het oplosmiddel langs de wand van de vial toe, zwenk voorzichtig en schud niet. De grondbeginselen van reconstitueren staan in onze gids over bacteriostatisch water.
Nasale toediening en molecuulgrootte
De vraag of een stof nasaal toe te dienen is, hangt in de eerste plaats af van de molecuulgrootte en van de stabiliteit. Wij hanteren als vuistregel dat de opname via het neusslijmvlies sterk afneemt boven ongeveer 1500 Dalton; dat getal is een praktische grens die wij zelf aanhouden en geen uitkomst uit een specifieke publicatie. NAD+ zit met 663,43 Da onder die grens; MOTS-c zit er met 2174,6 Da boven. Dat verklaart waarom wij een neusspray-kit voor NAD+ in het assortiment hebben en niet voor MOTS-c.
Grootte is niet het enige dat meeweegt. NAD+ draagt bij neutrale pH twee negatief geladen fosfaatgroepen, en een sterk geladen, hydrofiel molecuul passeert een slijmvlies moeilijker dan een neutraal molecuul van dezelfde massa. Wij beschrijven dit als eigenschap van de stof. Het is geen gebruiksadvies en geen uitspraak over wat een toedieningsvorm zou opleveren.
Wat gepubliceerd onderzoek rapporteert
De literatuur over NAD+ gaat vrijwel volledig over mechanisme. In celvrije systemen en celmodellen is beschreven dat NAD+ als cofactor optreedt voor dehydrogenasen, en als substraat voor sirtuïnes, poly(ADP-ribose)polymerasen en CD38 (Cantó et al., Cell Metabolism, 2015). De biosynthese en de compartimentering in de cel zijn in kaart gebracht door Nikiforov en collega’s (Journal of Biological Chemistry, 2011). Chini en collega’s (Cell Metabolism, 2021) beschrijven hoe het beeld van dat metabolisme de laatste jaren is bijgesteld. Onderzoek naar precursors is samengevat door Rajman, Chwalek en Sinclair (Cell Metabolism, 2018) en door Yoshino, Baur en Imai (Cell Metabolism, 2018).
Dit is een weergave van wat in die publicaties staat, in de derde persoon. Het onderzoek naar deze stoffen loopt en is niet afgerond.
Waar wij geen uitspraken over doen
Op “nad+ bijwerkingen”, “nad+ ervaringen”, “nad+ infuus” en “nad+ dosering” wordt veel gezocht. Wij kunnen die vragen niet beantwoorden, en dat is een bewuste keuze. Ons materiaal is bestemd voor laboratorium- en onderzoeksdoeleinden en niet voor menselijke of dierlijke consumptie. Een doseringsschema voor mensen hoort daar niet bij, en over ervaringen of nevenwerkingen bij personen doen wij geen enkele uitspraak. Infusen en klinische toepassingen vallen buiten wat wij leveren. Voor medische vragen ga je naar een arts.
Wat wij wél geven, is de rekenkunde: hoeveel milligram er per milliliter en per streepje zit bij een gekozen hoeveelheid oplosmiddel. Die staat hierboven en in de peptide calculator.
Veelgestelde vragen
Is NAD+ een peptide?
Nee. Het is een dinucleotide co-enzym van 663,43 Da zonder aminozuursequentie. De term “NAD+ peptide” circuleert online, maar is chemisch onjuist. MOTS-c is wél een peptide, van zestien aminozuren.
Wat is het verschil tussen NAD+, NMN en nicotinamide riboside?
NMN en NR zijn kleinere precursors die in de biosynthese vóór NAD+ liggen. NR wordt gefosforyleerd tot NMN, NMN wordt via NMNAT omgezet tot NAD+. Wij leveren NMN en NR niet.
Waarom staat “nicotinamide adenine dinucleotide” op het label en NAD+ in de titel?
Dat is dezelfde stof. NAD+ is de afkorting; andere aanduidingen zijn co-enzym I, nadide, difosfopyridinenucleotide en bèta-NAD.
Wat is het verschil tussen NAD+ en NADH?
NAD+ is de geoxideerde vorm, NADH de gereduceerde. NADH absorbeert bij 340 nm en NAD+ niet, waardoor de omzetting in het lab spectrofotometrisch te volgen is.
Welke vorm is per milligram het gunstigst?
De bundel van drie vials van 1000 mg, op € 0,09 per milligram. De losse vial komt op € 0,12 en de pen van 500 mg op € 0,30.
Hoeveel zit er in één streepje?
Dat hangt af van hoeveel oplosmiddel je toevoegt. Bij 1000 mg in 10 ml zit er 1 mg in een streepje van 0,01 ml; bij 1000 mg in 5 ml is dat 2 mg.
Kan NAD+ nasaal?
Met 663,43 Da zit het molecuul onder de vuistregel van ongeveer 1500 Dalton die wij aanhouden en waarboven nasale opname onpraktisch wordt. De sterke negatieve lading werkt daarbij tegen. Wij beschrijven dat als eigenschap van de stof en geven geen toedieningsadvies.
Hoe bewaar ik het?
Het droge lyofilisaat gekoeld, donker en droog, in de originele verpakking. Aangemaakt is de houdbaarheid korter en gaat de vial in de koelkast. Zie peptiden bewaren.
Waarvoor mag ik dit gebruiken?
Alleen voor laboratorium-, onderzoeks- en educatieve doeleinden. Niet voor consumptie en niet voor gebruik bij mensen of dieren.
Bronnen
- Cantó C, Menzies KJ, Auwerx J. NAD+ metabolism and the control of energy homeostasis. Cell Metabolism, 2015.
- Nikiforov A, Dölle C, Niere M, Ziegler M. Pathways and subcellular compartmentation of NAD biosynthesis in human cells. Journal of Biological Chemistry, 2011.
- Yoshino J, Baur JA, Imai S. NAD+ intermediates: the biology and therapeutic potential of NMN and NR. Cell Metabolism, 2018.
- Trammell SAJ et al. Nicotinamide riboside is uniquely and orally bioavailable in mice and humans. Nature Communications, 2016.
- Bogan KL, Brenner C. Nicotinic acid, nicotinamide, and nicotinamide riboside. Annual Review of Nutrition, 2008.
- Rajman L, Chwalek K, Sinclair DA. Therapeutic potential of NAD-boosting molecules: the in vivo evidence. Cell Metabolism, 2018.
- Chini CCS et al. Evolving concepts in NAD+ metabolism. Cell Metabolism, 2021.
- PubChem CID 5892; CAS 53-84-9.
Meer lezen
- NAD+ kopen: alle vormen en prijzen
- MOTS-c uitgelegd: het mitochondriale peptide
- Bacteriostatisch water en reconstitueren
Uitsluitend bestemd voor laboratorium- en onderzoeksdoeleinden. Niet voor menselijke of dierlijke consumptie. Geen geneesmiddel en geen voedingssupplement.

